Veelgebruikte Argumenten

Als je het gesprek aangaat met mensen in je omgeving over een sociale en duurzame economie, herken je vast de situatie dat jou verteld wordt wat er zo goed is aan de huidige economie. Mensen die uitleggen dat we moeten blijven groeien om het milieu te kunnen redden, of dat het enige alternatief voor de vrije markt economie het communisme is – en dat dit geen optie is, toch?

Om je beter voor te bereiden op zo’n inhoudelijk gesprek hebben wij een aantal veelgebruikte argumenten verzameld. We hebben ze voorzien van een goed tegenargument.

Armoede en derde wereld (2)

Wat men beweert:
Arme landen hebben die armoede ook wel deels aan zichzelf te danken. Mensen zijn niet zo productief, dus logisch dat er minder verdiend wordt door zo’n land.

In het kort:
De ‘vrije markt’ is wereldwijd niet zo vrij als we denken. Waar multinationale ondernemingen hun arbeid (lage lonen) en belastingen (geen of weining) zó kunnen regelen dat ze winst kunnen maximaliseren, moeten arbeiders uit lage lonen landen concurreren met arbeiders uit het rijke westen, zonder de voordelen (scholing, kapitaal, infrastructuur, …).

Het is waar dat wij in het westen vaak efficiënt produceren. Veel theorie gaat over hoe het verhogen van productiviteit een verdienste is van een vrije markt. En het lijkt logisch dat een vrije markt alle bedrijven ‘dwingt’ om zo efficiënt mogelijk te produceren. Of het nou gaat om diensten of producten, de klanten kijken namelijk naar het totaalplaatje van kosten en kwaliteit. Dus als je minder efficiënt bent, verlies je het van je concurrenten en zal je marktaandeel steeds kleiner worden.

Je kunt je voorstellen dat dit model ook toepasbaar is op landen onderling. Dus zullen landen die een industrie of dienstverlening hebben die efficiënter is, ook een grotere internationale klantenkring hebben en daarom ook rijker zijn. Draai het om en je concludeert: arme landen zijn arm, omdat ze inefficiënt zijn, of zelfs lui. Maar het zit toch iets anders …

Een mooi voorbeeld geeft Ha-Joon Chang: kijk eens naar een taxichauffeur. Een taxichauffeur in Zweden verdient ongeveer 50 keer zoveel als een taxichauffeur in India. Als inkomen een maat voor productiviteit was, zou je verwachten dat de Zweedse taxichauffeur veel productiever was dan de Indiase. Dit is natuurlijk niet het geval. Er is geen directe mogelijkheid voor de Indiase chauffeur om te concurreren met de Zweedse chauffeur. Dit heeft vooral te maken met protectionisme. Er is geen vrije markt van arbeid. Juist het gebrek aan concurrentie leidt tot een ongelijke verdeling van hoge lonen landen en lage lonen landen.

Daarnaast geven rijke landen enorme subsidies – denk bijvoorbeeld aan de Europese landbouwsubsidies (in 2019 maar liefst 59 miljard euro) – waardoor ook een zeer oneerlijke concurrentie ontstaat. Door deze enorme subsidies is de Europese landbouwsector dominant in de wereld. Dat gaat ten koste van lokale boeren in ontwikkelingslanden. Zeker als deze landen worden ‘gesteund’ met goedkope landbouwproducten uit Europa.

Vond je deze FAQ nuttig?
0
0

Wat men beweert:
Grote multinationals zijn al druk bezig met duurzaam en sociaal ondernemen. Dit zie je terug in hun jaarverslagen en zelfs in de reclames op TV.

In het kort:
Een multinational opereert per definitie niet op een regionale schaal. Als ze spreken over zaken als bijvoorbeeld recycling, kan het best zijn dat daar duizenden kilometers transport bij zit. De top 100 bedrijven wereldwijd zijn vooral veel rijker geworden.

De grote internationale ondernemingen, zoals Amazon, Mac Donalds, Facebook, Starbucks en H&M houden natuurlijk goed in de gaten wat er speelt bij het grote publiek. Een schandaal kunnen ze niet gebruiken en de kans dat regelgevers dan ingrijpen is ongewenst. De vraag is of we uit deze hoek de grootste verandering moeten verwachten als het gaat om duurzaam en sociaal ondernemerschap. Die kans is kleiner. Een circulaire economie op een wereldschaal is wel een hele grote cirkel.

Tot nu toe nemen multinationals hun verantwoordelijkheid niet.

Voor het sluiten van kringlopen is het mondiale niveau meestal niet de beste schaal. Niet alleen door het bulktransport van goederen en grondstoffen over de wereld, maar ook omdat er in veel landen waar onze consumptiegoederen geproduceerd worden amper sprake is van wetgeving op sociaal en milieugebied, en als die er al is, stelt de controle op de naleving daarvan weinig voor. Het is – helaas – juist daarom dat veel multinationals hun productiecapaciteit naar deze landen hebben verplaatst in het verleden. Voor de belastingen zoeken ze weer andere plaatsen, waar voordelige regelingen te treffen zijn, zoals met Nederland.

‘Ideeën, kennis, kunst, gastvrijheid, reizen – deze dingen zijn vanwege hun aard internationaal. Maar laat goederen, waar het maar even kan, thuis gemaakt worden; en houdt, bovenal, de financiering in de eerste plaats nationaal.’ John Maynard Keynes (National Self-sufficiency, 1933).

Het zijn juist de krachten van de winst-zoekende multinationals die maken dat de wereldwijde handel zich maar lastig laat bewegen in een duurzame richting. Slechts 100 ondernemingen waren in 2017 verantwoordelijk voor zo’n 70 procent van de CO2 uitstoot wereldwijd. Hoe kan het dat een land als Nederland wereldwijd een belangrijke cacao verwerker is en nummer één importeur? Er groeit hier geen cacaoboon. En wat is de logica achter de hoge groei van export van varkensvlees naar China in 2019 ten opzichte van 2018?

Multinationals blijken zich in de praktijk toch vooral te richten op aandeelhouderswaarde. Hun marktkapitalisatie is de afgelopen 10 jaar behoorlijk toegenomen.

Hoe dan wel?

Door kortere lijntjes tussen producent en consument en door de vervaardiging van producten die kwalitatief hoogwaardig zijn, lang meegaan en goed kunnen worden hergebruikt, kan de consumptiedruk omlaag. Alleen met een circulaire en regionale economie die de noodzaak van economische groei achter zich laat kunnen wij de kwaliteit van leven borgen. Leuke initiatieven zie je bijvoorbeeld bij het ontstaan van voedselcoöperaties als Versvoko’s en Herenboeren. Een tweede voordeel is dat het geld ook beter lokaal blijft en we niet doorgaan met het spekken van de aandeelhouders van de top 100 bedrijven die alleen maar rijker en rijker worden.

Vond je deze FAQ nuttig?
0
0

Of zoek naar een bepaalde term in de FAQ’s


Ik zoek een argument

Was jij laatst met iemand in gesprek en staat het argument dat jij zocht er niet tussen? Laat het ons weten.

Deel deze pagina