Project werk, waardecreatie en waardeverdeling in de 21ste eeuw

Doelstelling

Dit project heeft ten doel te verkennen of

  • de samenleving beter functioneert indien werk, waardecreatie en waardeverdeling (gedeeltelijk) van elkaar worden losgekoppeld;
  • hoe bestaande nieuwe economische voorstellen (zoals een basisinkomen, work sharing, betekeniseconomie, commoning) werk, waardecreatie en waardeverdeling beïnvloeden; en
  • er (fundamenteel) andere manieren zijn om werk te organiseren.

Het beoogde resultaat is het onderwerp agenderen zodat politieke partijen, overheidsinstanties, academici, vakbonden, andere NGOs, etc. verder onderzoek doen en beleidsvoorstellen gaan ontwikkelen. Als klein en zelfstandige stichting heeft ONE de mogelijkheid (en de vrijheid) een eerste stap te zetten.

 

Project over werk

Op dit moment ziet ONE vijf ontwikkelingen als aanleiding voor dit project.

De (sterke) toename van het aantal ‘bad jobs’

Dit zijn onderbetaalde en/of ondergewaardeerde banen. Ofwel, banen die te weinig betalen om goed te kunnen leven in een monetaire economie en banen met veel arbeidsonzekerheid, matige arbeidsvoorwaarden (deeltijd, flexibele contracten) en met relatief weinig autonomie. Waar tien jaar geleden een baan bescherming bood tegen armoede, werkt op dit moment de helft van de mensen die in armoede leven (bron Esther?).

De (sterke) toename van het aantal ‘bullshit jobs’ – een term van de Britse antropoloog David Graeber

Dit zijn banen die, in de ogen van degenen die ze uitvoeren, nauwelijks bijdragen aan waardecreatie maar wel inkomen opleveren. 40% van de Nederlandse werknemers beschrijft hun eigen werk als zinloos (Schouten & Nelissen, 2017).

De constatering dat veel individuen geen betaalde baan kunnen krijgen (‘no jobs’)

Er is in een groeiend aantal sectoren te weinig betaald werk en er is ook de verwachting dat verdere automatisering en digitalisering zal leiden tot minder werk. Steeds meer banen verdwijnen, voornamelijk in de laaggeschoolde dienstensector. Volgens onderzoek van de universiteit van Oxford zal de helft van alle huidige banen over twintig jaar niet meer bestaan (Frey & Osborne, 2013). Dit heeft geleid tot discussies over alternatieven zoals een basisinkomen (Bregman, 2016).

De constatering dat veel noodzakelijk en/ of nuttig werk niet wordt gedaan

Het gaat daarbij om taken als bijvoorbeeld het verzorgen van ouderen en kinderen, het duurzamer maken van de economie, het effectief integreren van nieuwe Nederlanders, het versterken van gemeenschappen, en zo zijn er nog veel voorbeelden te bedenken. Omdat deze taken buiten een smalle definitie van onze economische activiteiten vallen, wordt het overgelaten aan vrijwilligers, vrienden of familie.

De constatering dat de mensen met een baan nog steeds lang werken.

De voorspelling van een twintig-urige werkweek in de 21ste eeuw van Keynes (1930) en Russell (1932) is (nog) niet gerealiseerd. De belangrijkste reden is mogelijk dat de moderne mens werkt in de diensteneconomie. Hij/ zij is bezig met rapporteren, overleggen, controleren, adviseren, procederen, managen, beleggen, verzekeren, etc. Soms lijkt het erop dat het vergroten van de economie een doel op zichzelf is geworden. Economen als Aristoteles, Keynes, Sen en Skidelsky beschouwen de economie echter als een middel tot “the real values of life”.

Deze ontwikkelingen en constateringen vragen om bezinning en het verkennen van alternatieven.

Deel deze pagina